Uit de cijfers blijkt dat de verwachte koopkracht voor 2020 van studenten daalt: voor de gemiddelde hbo-student met 0,42 procent en voor de gemiddelde wo-student met 0,91 procent. Naast de stijging van het wettelijk collegegeld en de stijgende kamerhuren, worden studenten buitenproportioneel getroffen door de verhoging van het laagste btw-tarief van 6 naar 9 procent. Dit wordt allemaal niet gecompenseerd door hogere inkomsten. Kees Gillesse: “Terwijl het merendeel van de Nederlandse bevolking erop vooruitgaat, worden studenten vergeten. Het bevriezen van het collegegeld kan voor directe verlichting zorgen, dat is wel het minste wat zou kunnen gebeuren.”
In 2018 voerde het CDJA de koopkrachtberekeningen uit. CDJA-voorzitter Hielke Onnink: “Juist nu, met toenemende studieschulden, prestatiedruk en burn-outs wordt het tijd om aan onze jongeren te denken. Daarom trokken wij vorig jaar aan de bel. Wederom een koopkrachtdaling is voor ons niet uit te leggen”.
Opvallend is dat sinds het afschaffen van de basisbeurs worden studenten niet meer meegenomen in de koopkrachtberekeningen. In 2016 zag het Interstedelijk Studenten Overleg zich daarom genoodzaakt om de berekeningen zelf uit te voeren. Kees Gillesse: “De koopkrachtcijfers zijn nodig om goede beleidskeuzes te maken. Het is echt niet uit te leggen dat de koopkracht van studenten niet inzichtelijk is.”.
Meer informatie over het rapport is
hier te vinden.
Door: Nationale Onderwijsgids