De Bruyckere deed zowel kwalitatief als kwantitatief onderzoek bij leerlingen aan Vlaamse middelbare scholen. Aan de hand van uitgebreide interviews ging hij op zoek naar de criteria die maken dat leerlingen de ene leerkracht als authentiek, oftewel ‘echt’, beoordelen en een andere als ‘niet echt’. Hij vond vier criteria. Docenten zijn volgens de leerlingen authentiek als zij weten waar zij het over hebben (expertise). Verder moeten zij positief gepassioneerd zijn, dus vol enthousiasme over hun vakgebied kunnen vertellen zonder een vakidioot te zijn (passie). Zij moeten hun leerlingen het gevoel geven dat elke leerling en elke klas uniek is (uniciteit). En tot slot hebben ‘echte’ leerkrachten belangstelling voor hun leerlingen, zonder ook vrienden met hen te willen zijn (afstand).
Nadat De Bruyckere deze vier criteria had gevonden, deed hij eenzelfde onderzoek in niet-formele lessituaties: bij sportclubs en muzieklessen. Uit dit tweede onderzoek kwamen dezelfde criteria naar voren, met uitzondering van ‘afstand’. In niet-formele lessituaties verwachten ambitieuze studenten dezelfde afstand als bij docenten in het reguliere onderwijs. Maar jongeren die naar sport- of muzieklessen gaan voor hun plezier, verwachten van ‘authentieke’ docenten juist een meer vriendschappelijke houding. Hieruit blijkt hoe belangrijk de verwachtingen van de leerlingen zijn voor de manier waarop zij authenticiteit behoordelen.
Over Pedro De Bruyckere (Brugge 1974) volgde een lerarenopleiding om vervolgens Onderwijswetenschappen te studeren aan de Universiteit van Gent. Na het behalen van zijn master werd hij docent aan de Arteveldehogeschool in Gent. Hij combineerde zijn docentschap met deelname aan Europese onderzoeksprogramma’s en het schrijven van boeken over de relatie tussen jeugdcultuur en onderwijs en over mythes in het onderwijs.
Door: Redactie Nationale Onderwijsgids