De cijfers waren gemiddeld het hoogst op het vwo, met gemiddeld een 6,9 voor de meisjes en een 6,8 voor de jongens. Op de havo, vmbo-g en –k waren deze het laagst. Op al deze niveaus haalden de meisjes een 6,6 en de jongens een 6,5.
Meisjes meest vertegenwoordigd in vwo en havo
Meisjes doen vaker het vwo- of havo-examen, terwijl jongens meer vertegenwoordigd zijn op vmbo-b en vmbo-k. Van de eindexamenkandidaten op het vwo was 53 procent een meisje. Op vmbo-b was dit 43 procent.
Gemiddeld eindcijfer het laagst bij Natuur en gezondheid
De examenresultaten verschillen per profiel. Op het vwo haalden leerlingen met een combinatieprofiel van Natuur en techniek en Natuur en gezondheid gemiddeld een 7,0. Examenkandidaten met alleen het profiel Natuur en gezondheid haalden met een 6,7 het laagste gemiddelde.
Op de havo waren de verschillen in examencijfers tussen profielen kleiner. Ook hier gold dat geslaagden met het combinatieprofiel van Natuur en gezondheid en Natuur en techniek het hoogste cijfer haalden (6,7), leerlingen met alleen Natuur en gezondheid haalden het laagste cijfer (6,5).
Cum laude komt het meest voor op het vwo
Vanaf het schooljaar 2015/2016 is het mogelijk om een diploma te behalen met de aantekening cum laude. In het schooljaar 2016/2017 haalde op het vwo ruim 6 procent van de geslaagden dit predicaat. Op de havo en het vmbo kreeg ongeveer 1 procent van de geslaagden dit. Jongens en meisjes zijn ongeveer even vaak cum laude geslaagd.
Slagingspercentage het hoogst op vmbo-b
In schooljaar 2016/2017 behaalden 185 duizend van de 201 duizend examenkandidaten een diploma. Op vmbo-b was het slagingspercentage met 98 procent het hoogst. Op de meeste niveaus haalden jongens even vaak een diploma als meisjes. Op het vwo en de havo was het slagingspercentage iets hoger bij de jongens.
Door: Redactie Nationale Onderwijsgids