
UTRECHT - Terwijl in de Wet normering topinkomens (WNT) inmiddels een bovengrens aan de beloningen voor bestuurders in de publieke sector is gesteld, mogen bestuurders en toezichthouders onder deze bovengrens zelf bepalen wat zij ontvangen. Dat meldt de Algemene Onderwijsbond (AOb).
De volgens de WNT afgesproken code was ontwikkeld door de Vereniging van toezichthouders in onderwijsinstellingen (VTOI) en de Bestuurdersvereniging PO, met goedkeuring van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Daarbij werd onder het afgesproken maximum besloten dat de sector middels zelfregulering de salarisschaling in zal delen.
Inmiddels kennen veel onderwijsinstellingen al een structuur met bovenaan een college van bestuur. De vrees is dat ook bij kleinere instellingen, met name in het basisonderwijs, overgegaan zal worden op een dergelijke constructie. Scholen mogen nu namelijk zelf het bestuur invulling geven. "[I]k zou het niet zo logisch vinden dat een school van 75 leerlingen wordt geleid door een college van bestuur. Dat in zijn voltalligheid waarschijnlijk ook gewoon voor de klas staat op zo’n kleine school", aldus Pieter Hettema voorzitter van de VTOI.
© Nationale Onderwijsgids / Ype van Woersem
De wijze waarop inschaling voor bestuurders in het PO wordt bepaald, vindt plaats op basis van een algemeen geldende door de minister van O,C &W goeggekeurde cao voor bestuurders. Raden van toezicht in de rol van werkgever passen deze cao vervolgens toe, respectievelijk voeren de afspraken uit overeenkomstig de bepalingen van die cao. Bestuurders of toezichthouders bepalen dus niet zelf, maar voeren een cao uit die landelijk op basis van geobjectiveerde en landelijk geaccepteerde normen tot stand is gekomen.