74 procent vindt dat helpen bij afvegen niet tot de taken van een basisschool docent hoort en de helft (51 procent) vindt zelfs dat het dagelijkse schoolprogramma in de onderbouw te vaak verstoord wordt door kinderen die niet zindelijk zijn. Dit en meer blijkt uit onderzoek van Kantar in opdracht van Essity.
Belang van zindelijkheid
Al op het kinderdagverblijf worden kinderen getraind op zindelijkheid. Zo geeft 84 procent van de pedagogisch medewerkers aan dat zindelijkheid en naar de wc gaan vaste thema’s zijn in het dagprogramma. Toch maakt een derde van de basisschooldocenten (38 procent) dagelijks mee dat een leerling het in zijn of haar broek doet. Op zo’n moment kost het de leerkracht niet alleen tijd om de leerling te verschonen; dit heeft geregeld ook tot gevolg dat de leerkracht de rest van de klas alleen moet laten. Om dit probleem tegen te gaan bespreekt 42 procent van de docenten het belang van zindelijkheid tijdens de oudergesprekken.
Oplossingen
Over de oplossing zijn de meeste leraren het eens: De ruime meerderheid (85 procent) denkt dat het helpt om ouders bewuster te maken van het belang van zindelijkheid in de opvoeding. Training en voorlichting voor ouders wordt ook genoemd als oplossing (43 procent).
Over het onderzoek
In het onderzoek zijn basisschoolleraren, pedagogische medewerkers op kinderdagverblijven en ouders met één of meerdere kind(eren) tussen de 4 en 7 jaar oud gevraagd naar de zindelijkheid van jonge kinderen en de invloed daarvan op het basisonderwijs. In totaal namen 406 basisschoolleraren (waarvan 120 leraren die lesgeven aan groep 1 en 2), 538 ouders en 525 pedagogisch medewerkers van kinderdagverblijven deel aan het onderzoek.
Door: Nationale Onderwijsgids