De motivatie van leerlingen wordt gestimuleerd als je autonomie én structuur bieden, zo stelt eerder onderzoek. Een training leert hoe leraren beide wel kunnen combineren en hoe ze hierbij rekening kunnen houden met verschillen tussen leerlingen. Deze training is ontwikkeld door de onderzoekers samen met leraren uit het primair onderwijs en het vmbo.
In de vmbo-klassen waar docenten de training hadden gevolgd (de interventiegroep), bleken de leerlingen meer intrinsiek gemotiveerd dan in de controlegroep waar de leraren geen training kregen. Ook toonden de leerlingen van getrainde docenten meer inzet, ervoeren ze meer autonomie en hadden ze een positievere relatie met de docent. Alle leerlingen profiteren van de training die hun docenten hebben gevolgd, er zijn geen verschillen tussen leerlingen met verschillende sociaal-economische of etnische herkomst. Dit bevestigt eerder literatuuronderzoek van Hornstra en collega’s. In het primair onderwijs werden deze effecten niet gevonden.
De leraren leerden tijdens de training dat drie elementen bijdragen aan de motivatie van leerlingen. Ten eerste is dat een leergerichte aanpak: niet focussen op cijfers, maar toetsen zien als middel om te leren. Het tweede element is autonomie: leerlingen betekenisvolle keuzes bieden, hun het gevoel geven inspraak te hebben en negatieve gevoelens erkennen (luisteren naar waarom een leerling iets niet wil doen). Ten slotte is het belangrijk structuur te bieden die de autonomie ondersteunt: orde in de klas, samen duidelijke regels afspreken, hulp en begeleiding bij het leerproces.
Door: Redactie Nationale Onderwijsgids